Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (BOF)
• De BOF bestaat kort gezegd uit 3 verschillende faciliteiten.
1. Indien er sprake is van ondernemingsvermogen kan een beroep worden gedaan op de BOF waardoor 75 procent van de waarde van de onderneming belastingvrij blijft.
De belangrijkste voorwaarde is dat de onderneming wordt voortgezet door de verkrijgers van het ondernemingsvermogen. De reden daarvoor is dat als de erfgenamen de onderneming verkopen, er wel geld beschikbaar is om de belasting van te betalen.
2. De belasting die moet worden betaald over de niet vrijgestelde 25% van de onderneming hoeft niet gelijk te worden betaald, maar daarvoor wordt desgewenst tien jaar rentedragend uitstel van betaling verleend. Hierdoor hoeft er direct na vererving of schenking niet geleend te worden, maar fungeert de Belastingdienst als bank. Aangezien de heffingsrente thans (juni 2008) 5,15% bedraagt, is het de vraag of de bank niet goedkoper is!
3. Voor het bepalen van de waarde van de onderneming gelden speciale waarderingsregels. Voor het successie- of schenkingsrecht moeten we het ondernemingsvermogen waarderen op voortzettingsbasis. Dat wil zeggen: de waarde van het ondernemingsvermogen als samenhangend geheel, inclusief de goodwill die voor overdracht in aanmerking komt. Als de voortzettingswaarde van de onderneming echter lager is dan de waarde bij verkoop van de verschillende onderdelen, moet u daar van uitgaan. Dit speelt met name bij agrarische ondernemingen, waarbij de grond veel waarde heeft, maar de jaarlijkse inkomsten, en daarmee de waarde van het bedrijf, gering zijn. De derde BOF faciliteit is vervolgens dat het verschil tussen beide waarderingsmethoden is vrijgesteld.
• BOF en Besloten Vennootschap
Om van de BOF gebruik te kunnen maken, dient er sprake te zijn van ondernemingsvermogen. Hierdoor wordt niet alleen verstaan het vermogen in een eenmanszaak, VOF of maatschap, maar ook een belang van meer dan 5 procent van de aandelen in een besloten vennootschap (verder: BV). Essentieel is wel dat die BV eigenaar is van een onderneming. Het is namelijk ook mogelijk om beursaandelen onder te brengen in een persoonlijke BV, maar aangezien de BOF daar niet voor bedoeld is, moet worden bepaald of de BV zélf een onderneming heeft.
In de praktijk wordt veelal niet volstaan met één BV, maar is sprake van een houdsterstructuur. De ene BV is dan eigenaar van de aandelen in de andere BV. We spreken dan vaak van een moeder-dochterrelatie. In de praktijk is lang gediscussieerd over de sterk theoretische vraag of het voldoende is dat de dochter BV een onderneming heeft, of dat de moeder BV zélf een onderneming moet hebben. Onlangs heeft de staatssecretaris van Financiën hierover opheldering gegeven. Ook een onderneming die wordt gedreven door de dochter BV kwalificeert voor de BOF. De voorwaarde is wel dat de natuurlijk persoon die uiteindelijk de aandelen bezit, minimaal 5 procent in die dochter BV heeft.
• Voortzettingseis
De BOF wordt alsnog tenietgedaan, indien de onderneming niet gedurende minimaal vijf jaar wordt voortgezet. Deze eis houdt, in geval van een verkrijging van een onderneming als privé persoon, in dat u voor de inkomstenbelasting aangemerkt blijft als ondernemer. Van belang daarbij is dat ook het aangaan van een samenwerkingsverband kan leiden tot terugname van de faciliteit. Een voorbeeld hiervan is het toetreden tot een maatschap. Zelfs als de verkrijger van de onderneming binnen de termijn van vijf jaar komt te overlijden, wordt de oorspronkelijke verkrijging teruggenomen. Dit is slechts anders als de oorspronkelijke verkrijger de onderneming op zijn beurt weer nalaat aan een opvolger en deze termijn volmaakt.
Bij verkrijging van een onderneming in de vorm van een BV, moet u de aandelen minimaal vijf jaar in bezit houden én de BV moet de onderneming blijven voortzetten gedurende die vijf jaar.
• Hoe te claimen
De BOF wordt alleen op verzoek verleend. Het verzoek moet bij de aangifte successierecht of schenkingsrecht zijn gedaan, maar uiterlijk tot het moment waarop de aanslag onherroepelijk vaststaat. De belastingdienst heeft vervolgens een behoorlijk ingewikkelde manier gekozen om de BOF te verwerken. In een normale situatie krijgt een erfgenaam één aanslag. Een erfgenaam die gebruik maakt van de BOF krijgt er drie. Een normale aanslag over het vermogen dat niet valt onder de BOF, een aanslag over 75 procent van de waarde van de onderneming, die na 5 jaar vervalt indien steeds aan de voorwaarden is voldaan én een aanslag over de laatste 25 procent van de onderneming die na 10 jaar inclusief rente moet worden betaald.
• Tot slot/om aan te denken.
Indien dat u in het verleden een onderneming heeft gehad, en deze tijdens leven heeft verkocht aan bijvoorbeeld uw zoon. De koopprijs voor de onderneming kwalificeert niet voor de BOF. Uw erfgenamen krijgen geen vrijstelling. In het geval nu dat uw zoon de prijs voor de onderneming niet kon betalen en u hem daarom een lening hebt verstrekt, kan nog “reparatie” plaatsvinden. De lening kunt u namelijk omzetten in (stemrechtloze (?!) aandelen-) kapitaal hetgeen wel kwalificeert voor de BOF. De zeggenschap over de onderneming kan bij uw zoon blijven berusten. Niet vereist namelijk is dat u zich als erflater daadwerkelijk bemoeit met de onderneming.
Van belang is slechts dat u meedeelt in de winst van de onderneming, hoewel u daarbij ook nog eens kunt afspreken dat u een vast percentage krijgt van bijvoorbeeld 6 procent op uw ingelegde geld.
Een met bovenstaande vergelijkbare structuur is ook op te zetten bij meerdere erfgenamen. Stel u heeft twee kinderen en één daarvan wil het bedrijf overnemen. U wilt uw andere kind echter niet tekort doen. Het is dan mogelijk om de overdracht zo vorm te geven dat beide kinderen recht hebben op de waarde én de BOF, maar dat er maar één de baas wordt in de onderneming. Na vijf jaar kan de ondernemer het bedrijf overnemen van het andere kind.
Voor een schenking van een onderneming is vereist dat u de onderneming al gedurende vijf jaar uitoefende. Het is dus mogelijk om op hoge leeftijd aandelen in een onderneming te kopen zodat uw erfgenamen de BOF kunnen claimen. Het is namelijk niet vereist dat u zich bemoeit met de dagelijkse gang van zaken in de onderneming. Van belang is natuurlijk wel dat uw erfgenamen de onderneming nog vijf jaar in bezit willen houden.